Nederland is voor mij zo vanzelfsprekend en ik ben zo vertrouwd met de miezerregen en de natte, zachte klei, het sompige veen, de drassige weiden.

In Holland zal ik niet zomaar in de berm parkeren. Natuurlijk niet, het gevaar dat je wegzakt in de zut of dat je door boer Anton uit de modder getrokken moet worden zoals bij Paaspop is een reëel gevaar.

En als wolken zich samenpakken is het vrij zeker dat het gaat regenen en verstandig om een paraplu mee te nemen om niet drijfnat te worden.

Die risico's ken ik zo goed dat ik er niet eens meer over nadenk.

Die kennis is ingesleten.

 

Spanje. Dat land is mij volkomen vreemd.

Ach ja, ik heb Barcelona bezocht, ik ben zo nu en dan in een kustplaats geweest, maar het land aanvoelen?

Ermee verweven zijn?

Zeker niet.

 

Toen ik daar voor het eerst donkere wolken zag verschijnen was mijn eerste gedachte "Het gaat regenen" en toen ik een stijle helling afliep in het bergdorpje Lubrin dacht ik "Dat wordt spekglad in de winter'.

Maar donderwolken betekenen geenszins regen. Die lossen gewoon op tot de hemel weer een strak blauw canvas is en natuurlijk ijzelt en sneeuwt het niet in Lubrin, Andalusie.

 

Hier zijn andere gevaren: stijle rosten, smalle bergweggetjes en diepe ravijnen, prikkelbare planten en bijtgrage beestjes.

Daar ben ik op bedacht.

 

Maar het Spaanse land leerde mij twee, andere harde lessen over het onwrikbare karakter van de rotsige aarde.

Gevoelige lessen zowel fysiek als financieel

Kleine stenen en kiezels lagen op een schuine helling. Ik stapte er per ongeluk op en de stenen begonnen te rollen en ik ging onderuit op de keiharde grond. Ik was er dagen stijf en stram van.

Grote stenen zijn ook een risico, die brokkelen van de bergwanden af.

Met zo'n rotsblok(je) kwam ik in aanvaring toen ik een smal bergweggetje opreed naar het planetarium bij Seròn.

Het pad was kronkelig en onoverzichtelijk en om de bocht lag onverwacht die kei.

Ik kon hem niet meer ontwijken want links was de bergwand en rechts het ravijn. Ik reed er overheen en hoorde een luide 'bonk'.

 

Ik dacht er goed vanaf te komen - was het een brok Hollandse klei geweest dan was dat ook zeker het geval geweest, die zou verpulverd zijn -  maar toen ik bij het volgende, magnifieke uitzichtspunt stopte rook ik de diesel die uit de gebroken aanvoerleiding stroomde.

Dat werd een financiele aderlating.

Ik vervloekte de klote kei. Maar wat je haat moet je omarmen en verinnelijken.

Dus nam ik de kei mee om te fotograferen in een poging mijzelf te vergeven deze 'fout' te hebben gemaakt.

 

Van de rode aarde maakte in een achtergrond en ik bestudeerde de groeven, de structuur, de kleurnuances van de kei.

 

Het is een foto van een stuk aarde.

De aarde die we elke dag zien maar niet meer zo maar waarnemen.

 

El Anatsui, een Ghanese beeldhouwer, maakt kunst van alledaagse grondstoffen en van 'waardeloos' materiaal zoals flesdopjes.

Waar anderen niets in zien ziet Al Anatsui historiche waarde en een hedendaags verhaal.

Hij probeert voorbij het fysieke object te kijken, de symboliek te onthullen en essenties te destilleren.

Hij ziet met zijn geest.

 

Hij zegt: "Ik geloof dat kunstenaars het beste kunnen werken met datgene wat de omgeving uitkotst. Zelf vind ik het niet interessant om met voorgeschreven materialen te werken. Geen kleuren en verven uit de fabriek. Je kunt beter dingen nemen die met je omgeving te maken hebben".

 

Een waardevol inzicht om te leren zien waar je doorgaans aan voorbij gaat.

El Anatsui; 'doek' van aluminium flesdopjes

 

Meer lezen over El Anatsui?

Boek: Je weet niet wat je ziet. Will Gompertz

 

Symboliek in portretten en landschap leren zien?

 

 

 

 

 

Nieuwe, frisse ogen van Giedo van der Zwan


"Door een precies kruispunt tussen onderwerp en tijd te kiezen, kan de fotograaf het gewone in het buitengewone veranderen en het echte in het surreële.”



Deze quote is van de beroemde Magnum fotograaf Constantine Manos en is zeker ook van toepassing op het werk van Giedo van der Zwan.



Het werk van Giedo toont verrassend veel stijlkenmerken met Manos zoals het expressieve gebruik van felle kleuren en het vertellen van gelaagde verhalen door schaduwen te betrekken in het beeld. Die schaduwen vormen een eigen dimensie. Zoals in deze krachtige foto gemaakt in Portugal.



Een strakblauwe lucht omlijst het roodbruine kerkgebouw aan de bovenkant. In het midden is de kerkingang waar het het heilige kruis oplicht. Er staat een jongetje met een rood shirt in de deuropening. Tot dusver een vrij alledaagse gebeurtenis maar dan gebeurt er in de schaduwen iets wonderlijks.



Over dit tafereel valt een schaduw. De schaduw loopt over de hele breedte van de foto aan de onderkant als lijkt zij de kerk de dragen. We zien een schaduw van een boom en een persoon die wegloopt. Die kan niet van de jongen zijn? Een prachtig raadsel en een intrigerende contradictie van het jongetje dat de kerk ingaat en schaduw die ervan wegloopt.



Nu is dit een foto uit een zonnig en exotisch land. Dan lijkt een goede foto al snel gemaakt. Althans, dat is een gangbare gedachte en misschien is het ook zo dat wij in vreemde omgevingen ’nieuwe ogen’ krijgen omdat wij op onbekend terrein zijn en als een kind alle nieuwe indrukken opzuigen en weer moeten leren kennen.



Maar wat gebeurt er als je het gekende, het zo vertrouwde met nieuwe ogen bekijkt?


In 2018 publiceerde Guido zijn boek Pier to Pier over de lokale strandcultuur in Scheveningen. De plaats waar hij woont en die hij maar al te goed kent.



Het vergt een getraind oog om situaties vast te leggen in een dynamische wereld die telkens verandert en die ons zo alledaags voorkomt zoals het strandleven in Scheveningen. Als we het gewone voor lief nemen vergt het ’nieuwe ogen’ om het bijzondere ervan in te zien. Dat is geen gemakkelijke opgave omdat het vanzelfsprekende ons blind maakt voor het uitzonderlijke. Maar Giedo kan die frisse blik geven.



Die blik kwam Giedo niet zomaar aanwaaien. Hij heeft veel genres uitgeprobeerd, zoals natuurfotografie, reisfotografie, macrofotografie en zelfs abstracte fotografie. De laatste jaren richt hij zich alleen op straatfotografie en is er behoorlijk verslaafd aan geraakt. Het genre is - vanwege de onvoorspelbare aard - zo ongelooflijk moeilijk, dat het hem veel kansen en uitdagingen biedt.



Zoals dit oerHollandse tafereeltje. De grijzige wolkenlucht en een waterig zonnetje. In de achtergrond is een hek en een weg en een lantarenpaal. Weinig exotisch. In de voorgrond ligt een vrouw met een strooien hoedje met kanten lint, haar beringde hand met de rood gelakte nagels ondersteunen elegant haar hoofd. Ze leest het dreigende onheil over Umberto Tan in een roddelblad. Ze lijkt toples om haar huid zonder ‘bandjes’ egaal te bruinen



Achter haar zit een man in een opklapbare strandstoel. Lekker makkelijk om mee te nemen. Hollanders zijn praktisch. Er staat een kunststof boodschappentas naast hem/ waarschijnlijk van Miss Etam / en er ligt een stuk plastic. Waarschijnlijk de verpakking van het blikje bier. Hij draagt een mierzoet, roze shirt met geruite broek en strekt zijn armen bezwerend uit naar een dame in geruite bikini met een blikje bier. Ze staat er niet heel flatteus bij, haar buik puilt enigszins uit maar de hand in haar zij maakt haar krachtig. Zij laat zich niet zomaar wat zeggen. Op een bankje zitten een blonde dame van middelbare leeftijd die ook geen ‘bandjes’ wil en daarom haar schouders blootgeeft aan de zon voor een egale teint en een jong meisje met een lollie in haar hand dat aandachtig luistert. Een treffend Hollands tafereel dat een surreeël karakter krijgt door het flitslicht.



I love Nederland


Ook een prachtfoto is die van de man met Nederland op zijn brede schouders getatoeëerd. Je moet wel heel erg van Holland houden wil je dat zo nadrukkelijk uitdragen. Het is een spektakel van opbollende spieren en kleurige ballonnen die van je beeldscherm knallen. Surrealisme ten top!



Het inflitsen maakt de foto filmisch, verzadigd en hyperrealistisch met een licht ironische toets. Het is een techniek die Martin Parr tot kunst verheven heeft en waar Giedo van de Zwan inspiratie uit put en er zijn eigen draai aangeeft.



Over techniek zegt Giedo: "Een professionele camera maakt niet altijd het juiste beeld. Ik bedoel, het maakt uit welke camera ik gebruik. Maar van alle elementen die een goede foto maken, speelt de camera zelf een ondergeschikte rol. Wat wel van groot belang is dat de camera een verlengstuk is van jezelf en dat je er moeiteloos mee om kunt gaan. Je moet ermee kunnen lezen en schrijven."



Een Zilveren Camera winnen.


Moet je daarvoor een heel bijzonder onderwerp hebben.


Nee hoor! Maar wel een bijzondere, fotografische benaderingswijze.


En dat bewijst Giedo van der Zwan met zijn serie over honden waarmee hij de prestigieuze prijs won.



Wil jij graag een ArtMuze van Giedo van der Zwan, klik dan op de bovenste foto en bezoek zijn kunstenaars pagina.